Hieronder vind je een overzicht van de ontslaggronden, inclusief praktische toelichting:
Bedrijfseconomische redenen (A-grond)
Ontslag kan plaatsvinden als arbeidsplaatsen vervallen door maatregelen voor een doelmatige bedrijfsvoering, zoals bij een slechte financiële situatie of werkvermindering.
Langdurige arbeidsongeschiktheid (B- grond)
Als een werknemer langer dan 104 weken arbeidsongeschikt is en herstel binnen korte termijn niet te verwachten is, kan ontslag worden aangevraagd.
Frequent ziekteverzuim (C-grond)
Bij regelmatig ziekteverzuim dat de bedrijfsvoering ernstig belemmert, kan ontslag mogelijk zijn. Dit geldt alleen als herstel binnen 26 weken niet te verwachten is en aangepast werk niet mogelijk is.
Disfunctioneren (D-grond)
Wanneer een werknemer niet voldoet aan de functie-eisen, ondanks voldoende begeleiding en verbeterkansen, kan dit een grond voor ontslag zijn.
Verwijtbaar handelen of nalaten (E-grond)
Bijvoorbeeld bij ernstige misdragingen, zoals fraude of het schenden van bedrijfsregels.
Ernstige gewetensbezwaren (F-grond)
Als een werknemer vanwege gewetensbezwaren zijn werk niet kan uitvoeren en herplaatsing niet mogelijk is.
Verstoorde arbeidsverhouding (G-grond)
Bij een ernstige en duurzame verstoring van de relatie tussen werkgever en werknemer.
Andere omstandigheden (H-grond)
Dit is een restcategorie voor uitzonderlijke situaties die niet onder de andere gronden vallen.
Cumulatiegrond (I-grond)
Een combinatie van meerdere gronden (C tot en met H) die samen voldoende zijn voor ontslag. Bij gebruik van deze grond kan de werknemer een extra halve transitievergoeding ontvangen.
Herplaatsingsverplichting
Bij alle ontslaggronden, behalve bij verwijtbaar handelen (E-grond), moet de werkgever aantonen dat herplaatsing in een andere functie niet mogelijk is.
