Advocaat bij een politieverhoor

Advocaat bij verhoor minderjarige/kind

Een advocaat bij het verhoor is over het algemeen verstandig bij de wat ernstige feiten, maar bij minderjarige/kinderen is het atijd verstandig dat een advocaat bij het verhoor aanwezig is. Juist kinderen zijn kwetsbaar, waardoor het gevaar bestaat dat het kind door de druk van de politie wordt gedwongen tot een (onterechte) bekentenis. Een advocaat kan erop toezien dat de rechten van het kind worden beschermd, en hij kan het kind tussentijds adviseren over de beste verdedigingstrategie; zwijgen of verklaren, en indien er gekozen wordt voor het afleggen van een verklaring kan de advocaat samen met de minderjarige afspreken wat er wel en wat niet wordt verklaard.

Recht op aanwezigheid advocaat
De Hoge Raad heeft, zoals gezegd, overwogen dat voor aangehouden minderjarige verdachten geldt dat zij, naast het recht op consultatiebijstand, recht hebben op bijstand door een advocaat of een andere vertrouwenspersoon tijdens het verhoor door de politie. Naar aanleiding van deze jurisprdentie is er een Aanwijzing rechtsbijstand politieverhoor gekomen waarin wordt bepaald welke rechten een minderjarig kind heeft tijdens het verhoor bij de politie. Belangrijk is dat het recht op verhoorbijstand niet alleen betrekking heeft op het eerste verhoor, maar ook op volgende verhoren.

De politie moet de aangehouden minderjarige verdachte ook meedelen dat hij recht heeft op bijstand van een raadsman of een andere vertrouwenspersoon tijdens het verhoor. Het verdient de voorkeur dat de verhoorbijstand wordt verleend door een raadsman. Het staat de verdachte echter vrij om in plaats van een raadsman bijstand van een vertrouwenspersoon te wensen. Onder vertrouwenspersoon wordt in deze aanwijzing verstaan: een ouder, wettelijk vertegenwoordiger of andere vertrouwenspersoon van verdachte.

Leeftijd kind
Voor de vraag of een verdachte minderjarig is, is in deze aanwijzing de leeftijd op de pleegdatum van het strafbaar feit waarop de verdenking betrekking heeft, bepalend.

Minderjarigen in de leeftijd van twaalf tot en met vijftien jaar die worden verdacht van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis toegelaten is, kunnen geen afstand doen van het recht op consultatiebijstand. Dat geldt ook voor zestien- en zeventienjarigen in een aantal omschreven ernstige misdrijfzaken. Een en ander is tot uitdrukking gebracht door dergelijke zaken onder te brengen in categorie A. Er kan van worden uitgegaan dat verdachte in het consultatiegesprek met de raadsman zal bespreken of en van wie hij verhoorbijstand wenst. Naar verwachting zal in de regel vervolgens de raadsman het verhoor bijwonen.

Zestien- en zeventienjarigen kunnen bij B- zaken afstand doen zowel van het recht op consultatiebijstand als van het recht op bijstand door een raadsman tijdens het verhoor. Dat geldt ook voor alle minderjarigen in de leeftijd van twaalf tot en met zeventien jaar die zijn aangehouden voor een C-zaak. De minderjarige verdachte die afstand doet van het recht op consultatiebijstand, wordt geacht eveneens afstand te doen van zijn recht op bijstand van een raadsman tijdens het verhoor. Dit gevolg dient door de opsporingsambtenaar expliciet aan de verdachte te worden meegedeeld.

Een inmiddels meerderjarige verdachte die wordt verhoord over een feit op de pleegdatum waarop hij minderjarig was, heeft slechts recht op verhoorbijstand van een advocaat, en niet op de aanwezigheid van een advocaat tijdens het verhoor.

Als de minderjarige afstand doet van consultatiebijstand en/of verhoorbijstand van een advocaat, blijft bijstand door een vertrouwenspersoon bij het verhoor mogelijk. De minderjarige kan ook daarvan afstand doen.

Van het feit dat het voorgaande aan de verdachte is meegedeeld, wordt in een proces-verbaal melding gemaakt. Daarin wordt ook vastgelegd of en hoe verdachte gebruik wenst te maken van zijn recht op verhoorbijstand.

De verdachte wordt erover geïnformeerd dat gebruikmaking van het recht op verhoorbijstand van een raadsman bij A- en B-zaken voor hem geen kosten met zich meebrengt; bij C-zaken zijn de kosten van verhoorbijstand daarentegen voor eigen rekening.

De hulpofficier van justitie aan wie de verdachte wordt voorgeleid, vergewist zich ervan of het voorgaande aan verdachte is medegedeeld. Als verdachte heeft aangegeven afstand van het recht op verhoorbijstand te doen, dan verifieert de hulpofficier of de verdachte inderdaad afstand doet. Van deze verificatie wordt melding gedaan in een proces-verbaal.

Rol advocaat tijdens verhoor
Als verdachte en advocaat tijdens de consultatiebijstand besluiten dat de advocaat bij het verhoor aanwezig zal zijn, vindt het verhoor bij voorkeur aansluitend plaats. Is dat om enigerlei reden niet mogelijk, dan laat de politie aan de raadsman weten op welk tijdstip het verhoor zal aanvangen. Als de advocaat aangeeft dat hij op dat tijdstip het verhoor niet kan bijwonen, wordt het verhoor maximaal één uur uitgesteld om de advocaat in de gelegenheid te stellen alsnog zelf naar het politiebureau te komen dan wel zorg te dragen voor een vervanger.

De raadsman zal zich terughoudend opstellen om de voortgang van het verhoor zo min mogelijk op te houden en te beïnvloeden. Primair zal de raadsman toezien op het achterwege blijven van ongeoorloofde druk op de minderjarige. Gelet op de (kwetsbare) positie van minderjarigen wordt de raadsman ook in de gelegenheid gesteld om zich ervan te vergewissen dat de minderjarige de vragen van de politie en de verslaglegging van het verhoor begrijpt.

De aanwezigheid van een vertrouwenspersoon
De vertrouwenspersoon kan alleen maar aanwezig zijn bij het verhoor als daarbij geen advocaat aanwezig is. De aanwezigheid van een advocaat bij het verhoor sluit de aanwezigheid van de vertrouwenspersoon uit. De vertrouwenspersoon heeft geen eigen (zelfstandig) recht op het bijwonen van het verhoor. Hij kan slechts bij het verhoor aanwezig zijn als de minderjarige zelf met zoveel woorden te kennen heeft gegeven dat hij dat wil.

Als verdachte aangeeft dat hij wil dat niet een advocaat maar een vertrouwenspersoon het verhoor bijwoont, dient hij de politie zodanige gegevens (naam, adres, telefoonnummer) te verstrekken dat de door hem bedoelde persoon eenvoudig te bereiken is. De vertrouwenspersoon moet binnen twee uur nadat hij door de politie in kennis is gesteld van de wens van de verdachte, op het politiebureau aanwezig zijn om het verhoor te kunnen bijwonen. Voor de vertrouwenspersoon gelden de vereisten dat deze meerderjarig is, behoort tot de directe kring van de verdachte en evident niet bij het strafbare feit is betrokken. Als de vertrouwenspersoon de Nederlandse taal niet machtig is, hoeft voor een tolk (anders dan voor de verdachte zelf) geen zorg te worden gedragen.

Voor de vertrouwenspersoon geldt dat hij het verhoor van de verdachte niet mag onderbreken en geen contact met de verdachte mag maken. Ook mag het verhoor niet op een andere wijze worden verstoord door de vertrouwenspersoon.

Beperkingen
De procedure van artikel 50 van het Wetboek van Strafvordering (die het mogelijk maakt beperkingen aan te brengen in het vrije contact tussen raadsman en verdachte) is in het strafprocesrecht betreffende minderjarigen ingevolge artikel 490 Sv van overeenkomstige toepassing op de ouder of voogd. Dit is een relatief zware procedure. Dit betekent dat deze procedure pas in gang gezet dient te worden als de belangen groot zijn. In voorkomend geval zal dus geaccepteerd moeten worden dat de aanwezigheid van een vertrouwenspersoon bij het verhoor strijdig kan zijn met het opsporingsbelang.

Informatiebrochures politieverhoor
Ter voorbereiding op het politieverhoor hebben wij speciale informatiebrochures geschreven.

> Algemene informatiebrochure

De informatiebrochure ‘politieverhoor algemeen, tips en trucs voor verdachten’ bevat de basisinformatie, -tips en -adviezen die u nodig hebt voor wanneer u binnenkort als verdachte door de politie verhoord zult worden. Wij raden u aan om deze brochure altijd te bestellen in combinatie met de speciale informatiebrochure over het feit, waarvan u verdacht wordt.

> Informatiebrochure per delict

Daarnaast bieden wij ook voor een groot aantal delicten specifieke informatiebrochures geschreven. Deze uitgebreide informatiebrochures bevatten voor ieder delict afzonderlijk de informatie, -tips en -adviezen die u nodig hebt voor wanneer u binnenkort als verdachte door de politie verhoord zult worden. Wij raden u aan om deze brochure altijd in combinatie met de algemene informatiebrochure ter voorbereiding op het politieverhoor te bestellen.

bron

Moet je je verhuurder binnenlaten?

Rechten van de verhuurder
Een verhuurder mag een verhuurde woning niet zomaar betreden. Op het moment dat een woning wordt verhuurd, dan krijgt de huurder daardoor rechten. Bijvoorbeeld het recht op privacy. Die rechten moeten gerespecteerd worden.

Wil je als verhuurder de woning binnenkomen? Bel of klop dan eerst aan. Of spreek een tijdstip af met de huurder wanneer je langs zal komen. Zomaar de woning betreden mag niet.

Uitzonderingen
Hierboven hebben we uitgelegd dat een verhuurder niet te pas en te onpas binnen mag komen. De rechter beschouwt dit als een ernstige inbreuk op de privacy van de huurder. Maar er gelden uitzonderingen! Is er sprake van een noodsituatie? En kan de verhuurder dit aantonen? Dan is het gebruikelijk dat er toegang tot de woning wordt verleend.

Er is niet snel sprake van een noodsituatie. Je kunt daarbij denken aan een reparatie die met een enorme spoed verricht moet worden. Bijvoorbeeld een gesprongen waterleiding of als er brand is.

Kan de noodzaak niet worden aangetoond? Dan mag de toegang tot de woning worden geweigerd.

Verhuurder komt ongevraagd binnen: onderneem actie!
Komt je verhuurder ongevraagd binnen? Er zijn een aantal stappen die je kunt nemen om duidelijk te maken dat je dat niet wil.

Stuur een (aangetekende) brief. Laat weten dat je dit niet prettig vindt.

Krijg je geen reactie? Of wordt je woning nog altijd betreden zonder toestemming? Verander dan eventueel de sloten!

Hou er wel rekening mee dat in sommige huurcontracten een bepaling is opgenomen die zegt dat de verhuurder een sleutel wenst te ontvangen wanneer de sloten worden veranderd. In dat geval heb je dat dus zelf met hem afgesproken. Afsrpaak is afspraak, dus dan heeft hij recht op een sleutel. Let bij het aangaan van een huurovereenkomst dus op of zo’n bepaling in je contract staat.

Schakel de politie in.

bron en meer info : https://nl.hellolaw.com/juridisch-nieuws/moet-je-je-verhuurder-binnenlaten

Centrumgemeente maatschappelijke opvang & beschermd wonen

Voor de taken maatschappelijke opvang en beschermd wonen zijn er 43 centrumgemeenten. Elk centrumgemeentegebied bestaat uit een centrumgemeente en meerdere regiogemeenten.
De Wmo 2015 kent formeel gezien geen onderscheid tussen centrumgemeenten en regiogemeenten. Alle gemeenten zijn op grond van artikel 1.2.1 verantwoordelijk voor opvang en beschermd wonen. Artikel 2.6.1 verplicht colleges echter met elkaar samen te werken, indien dat voor een doeltreffende en doelmatige uitvoering van deze wet aangewezen is. Voor opvang en beschermd wonen is tussen Rijk en de VNG afgesproken dat voorlopig met centrumgemeenten zal worden gewerkt (Dit is een voortzetting van de praktijk zoals die voor opvang al langer gangbaar was). De centrumgemeenten hebben hierbij een regierol en ontvangen ook financiële middelen van het Rijk.

KAART ( klik hier )

Bron: Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Goedkoop ‘aangetekend’ post sturen, aan bijv. gemeenten?

“Officiële brieven kunnen ook via je DigiD worden verstuurd( i.v.m. verstuur-/lees-bevestiging, afdrukken voor in uw zorg-map! ).

In bijv. Apeldoorn, en ook in Deventer kan ik inloggen op bijv. mijndeventer.nl , met Digi-D, dan de ‘directeur en de burgemeester’ persoonlijk aanschrijven.

Als je dan zeker wilt zijn dat eerst de burgemeester het leest of de directeur het ook echt ontvangt, schrijf je bij de aanhef ‘briefgeheim – art: 13GW’.

Dan weet je zeker dat dit schrijven ook naar de juiste persoon gaat en is Digi-D even veel waard als een aangetekende brief!”

Ook een afdruk van het scherm bij het op internet een formulier invullen voordat je op Verzenden klikt, en daarna, geeft bewijs van inhoud en verzenden, zoals naar de overheid, de meeste politieke fracties.

Langs brengen en afgeven met ontvangstbevestiging meekrijgen kan ook.

Uithuiszetting minderjarig of meerderjarig kind?

Het is nooit leuk om je kind uit huis te moeten zetten, vooral als je kind meerderjarig is en weigert weg te gaan. Wat je ook doet hij of zij vertrekt niet. In Amerika hebben de wanhopige ouders van een 30-jarige man het afgelopen jaar daarom de hulp van de rechter moeten inroepen. Want wat ze ook deden, zoonlief was niet van plan om te vertrekken. Hij was ‘er nog niet klaar voor om op eigen benen te staan’. De rechter oordeelde anders en de zoon moest zijn spullen pakken. Gelukkig gaat het in de meeste gevallen niet zo ver in ons kikkerlandje. Wat de regels precies zijn en hoe je de uithuiszetting in jouw geval het beste kunt aanpakken, lees je in deze blog.

Uithuiszetting minderjarig kind

Kinderen jonger dan 18 jaar mag je uit huis zetten, maar hieraan zijn strenge voorwaarden verbonden. De wet bepaalt dat je als gezaghebbende ouder voor je minderjarig kind onderdak moet verschaffen, maar niet dat dit in je eigen huis moet zijn. Op grond daarvan kun je je minderjarig kind de deur wijzen. Uiteraard ligt hier wel een verschil tussen een kind van 10 en een kind van 17 jaar. Belangrijk is dat een kind in zo’n situatie wel voor zichzelf moet kunnen zorgen. Die zelfredzaamheid verschilt van kind tot kind, waarbij de leeftijd een grote rol speelt. Tegenwoordig is het tenslotte niet ongebruikelijk dat een 17-jarige op zichzelf gaat wonen. Kort gezegd, hoe jonger het kind, hoe minder snel die zelfredzaamheid zal worden aangenomen door de kinderrechter. Zit jij in een moeilijke gezinssituatie? Neem dan contact met ons op. Onze juristen kunnen jouw situatie in kaart brengen en samen met jou bekijken wat je het beste kunt doen.

Fatsoenlijk onderdak

Als je ervoor kiest om je kind niet bij je in huis te laten wonen, dan dien je zelf voor fatsoenlijk onderdak voor je kind te zorgen. Ook moet je ervoor zorgen dat het kind over voldoende financiële middelen beschikt om in eigen onderhoud te kunnen voorzien.
Minderjarigen zijn volgens de wet handelingsonbekwaam. Dit betekent dat toestemming nodig is van een ouder of andere wettelijke vertegenwoordiger om rechtshandelingen te kunnen verrichten. Dat is bijvoorbeeld het geval als je kind in een huurwoning of op kamers gaat wonen en de huurovereenkomst ondertekend moet worden. Is je kind minderjarig, dan moeten jullie samen de huurovereenkomst tekenen. Je blijft als ouder verantwoordelijk voor het tijdig betalen van de huur!

Uithuiszetting meerderjarig kind

Je hebt als ouder gezag over je kind totdat hij of zij de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt. Vanaf dat moment is je kind meerderjarig. Dit betekent echter niet dat je onderhoudsplicht naar je kind toe vervalt. De wet verplicht ouders hun kind te voorzien in de kosten van het levensonderhoud en hun studie. Deze zorgplicht om je kind te onderhouden, vervalt pas als je kind 21 jaar wordt. Er wordt namelijk vanuit gegaan dat een kind van 21 jaar of ouder in zijn eigen levensonderhoud kan voorzien. Het kan voorkomen dat een kind na zijn of haar 21ste levensjaar ‘behoeftig’ blijft. Bijvoorbeeld als je kind een (ernstige) handicap heeft. Zit jij een zo een situatie en heb je hier vragen over? Neem dan contact met ons op. Onze juristen helpen je graag op weg.

Vrijwillige en onvrijwillige uithuiszetting

Als je een moeilijk opvoedbaar kind hebt, bijvoorbeeld met ernstige gedrags- of ontwikkelingsproblemen, kan het zijn dat je niet meer de zorg kunt geven die je graag wil. Dit kan de beste overkomen! Gelukkig kun je hier hulp bij krijgen. Hulpverleners zullen samen met jou gaan kijken of de situatie thuis inderdaad onhoudbaar is geworden. Er wordt gekeken of het mogelijk is om je kind thuis te kunnen houden, want dat is natuurlijk wel het fijnst. Als je een onhandelbare puber hebt, zijn er ook speciale hulpverleningsprogramma’s waar je puber aan kan deelnemen. Alles zal eraan gedaan worden om ervoor te zorgen dat je kind gewoon thuis kan blijven wonen. Maar soms blijkt uiteindelijk toch dat uithuisplaatsing het beste is voor jullie allebei. Je kind kan dan (tijdelijk) uit huis geplaatst worden. Omdat je hiermee instemt wordt deze uithuisplaatsing ‘vrijwillig’ genoemd. In de Richtlijn Uithuisplaatsing vind je allerlei informatie over het uithuisplaatsen van je kind.

Naast de vrijwillige uithuisplaatsing, is er ook de onvrijwillige uithuisplaatsing. Een onvrijwillige uithuisplaatsing gebeurt in situaties waar de uithuisplaatsing niet door de ouders wordt verzocht. Dit komt voor in situaties waar een kind ernstig wordt verwaarloosd of mishandeld. Dan komen instellingen als Bureau Jeugdzorg of Veilig Thuis in beeld om te kijken of zij de noodzakelijke hulp kunnen bieden. Mocht dit uiteindelijk niet lukken, dan zal de kinderrechter worden ingeschakeld. De kinderrechter zal beslissen waar het kind het beste (tijdelijk) kan wonen. Meestal legt de rechter de maatregel ondertoezichtstelling op, maar wat is dit nu eigenlijk?

Ondertoezichtstelling

De kinderrechter kan een maatregel opleggen om het gezag van de ouder(s) te beperken. Ondertoezichtstelling (ots) is een maatregel die bij jeugdbescherming het meeste wordt opgelegd. Deze maatregel kan alleen worden opgelegd in situaties waar minderjarige kinderen bij betrokken zijn.

Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat je kind niet voldoende meewerkt met de geboden hulpverlening. Dus de hulpverlening die Veilig Thuis of jeugdzorg of een dergelijke instantie biedt. Of dat de hulpverlening niet het gewenste effect heeft gehad waardoor de situatie onveranderd blijft. De hulpverlener zal dan de Raad voor de Kinderbescherming moeten inschakelen. De Raad voor de Kinderbescherming doet onderzoek naar de vraag of de ontwikkeling van het kind in de huidige situatie in gevaar is. Komt uit het onderzoek naar voren dat dit inderdaad het geval is? Dan zal de Raad de kinderrechter verzoeken om een ots.

Een ots is dat je vanuit een gecertificeerde instelling een gezinsvoogd krijgt toegewezen, die het gezin begeleidt en ondersteunt. Het is de bedoeling dat de ouders wel de meeste verantwoordelijk blijven dragen tijdens de ots, bijvoorbeeld als het gaat om geldzaken of de vertegenwoordiging van het kind. Meestal kan het kind ook gewoon thuis blijven wonen. De gezinsvoogd bekijkt of dit het beste is gezien de situatie. Als de gezinsvoogd vindt dat het beter is dat het kind met ots (tijdelijk) in bijvoorbeeld een pleeggezin te plaatsen, zal de kinderrechter hier toestemming voor moeten geven. Je gemeente is sinds 1 januari 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de ots en zal ervoor zorgen dat je een gezinsvoogd toegewezen krijgt. Ben je het als ouder niet eens met het verzoek tot ots? Dan kun je bezwaar maken, maar dan moet je wel gezag hebben over je kind. In deze blog lees je hoe dat werkt. Kom je er niet uit? Onze juristen helpen je hier graag verder bij.

Ondertoezichtstelling: de regels

Soms is de situatie voor de veiligheid van een kind dusdanig onhoudbaar, dat het onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming niet kan worden afgewacht. De kinderrechter kan dan een voorlopige ondertoezichtstelling (vots) opleggen. Deze vots duurt maximaal drie maanden. Vervolgens wordt er beoordeeld of de voorlopige ondertoezichtstelling moeten worden omgezet naar een ondertoezichtstelling, of dat de maatregel beëindigd kan worden. Als ‘normale’ ots wordt opgelegd, is dit in eerste instantie voor één jaar. Vervolgens kan dit jaarlijks worden verlengd. De gezinsvoogd zal voor een verlenging moeten aantonen dat de gronden voor de maatregel nog steeds gelden. Maar wat zijn deze gronden eigenlijk?

Er moet wel een reële verwachting zijn dat de ouders binnen een bepaalde tijd weer zelf voor het kind kunnen zorgen.

Bevind jij je in een thuissituatie die voor jou en je kind(eren) onhoudbaar is geworden? En wil je na het lezen van deze blog meer weten? Neem dan contact op met één van onze juristen. Wij zijn bereikbaar op 088 1411 0 11, via WhatsApp op 06 40 81 22 14 en via Facebook Messenger.

Deze blog is geschreven op 01 februari 2013 en geüpdatet op 07 december 2018.

Geschreven door Leonie Koopman

bron en extra info : https://nl.hellolaw.com/juridisch-nieuws/minderjarig-of-meerderjarig-kind-uit-huis-zetten

Richtlijn voor strafvordering onttrekking minderjarige aan wettig gezag (2018R003)

Deze richtlijn heeft betrekking op diverse vormen van onttrekking en onttrokken houden van een minderjarige aan het wettig gezag en/of aan het over die minderjarige uitgeoefende toezicht, waaronder internationale kinderontvoering. De strekking van artikel 279 Sr is hen die het wettig gezag en/of toezicht uitoefenen, in staat te stellen die taak te vervullen ter bescherming van de minderjarige. 
Niet is vereist dat de verdachte zelf het initiatief tot de onttrekking heeft genomen; wel dient de verdachte beslissende invloed te hebben gehad op de scheiding tussen de minderjarige en hen die het gezag en/of het toezicht uitoefenen.

Bij overtreding van artikel 279 Sr kunnen zeer uiteenlopende motieven en achtergronden een rol spelen. Bij het niet naleven van een door de rechter vastgestelde omgangsregeling na echtscheiding zijn in eerste instantie civielrechtelijke maatregelen aangewezen. Enkel indien deze bewust worden gedwarsboomd is optreden via het strafrecht aan de orde.

Bij het bepalen van het uitgangspunt voor de strafeis staat het feitelijk onttrekken en/of onttrokken houden centraal, waarbij een onderverdeling is gemaakt in categorieën wat betreft de aard van de onttrekking. Bij de strafmaat is steeds uitgegaan van één betrokken kind. Het onttrekken van meerdere kinderen is strafverhogend. Bij elke categorie is een strafbandbreedte als uitgangspunt genomen.

Uitgangspunt is dat altijd de reclassering wordt ingeschakeld voor advies en dat de mogelijkheid van het opleggen van bijzondere voorwaarden wordt overwogen.

Basiscasus/delict

Onttrekking aan het wettig gezag en/of toezicht van één minderjarige door first offender.

Categorie 1: niet nakomen omgangsregeling waarbij sprake is van incidenteel onttrekken First offender
Er moet sprake zijn van het bewust niet nakomen van een door een rechter vastgestelde omgangsregeling. Daarnaast ziet deze categorie ook op het incidenteel opzettelijk onttrekken aan het wettelijk gezag of het uitgeoefende toezicht. Gedacht kan worden aan het niet goed nakomen van afspraken met het pleeggezin of jeugdinstelling wat betreft terugbrengen na verlof. Het onttrekken/onttrokken houden heeft een meer of minder impulsief karakter. Onder deze categorie vallen niet de onttrekkingen die (mede) tot doel hebben het plegen van enige vorm van seksueel misbruik of uitbuiting. Die zaken vallen onder categorie 3.Een geldboete kan overwogen worden als de financiële situatie van het gezin dat toelaat en geen negatieve gevolgen heeft voor de verzorging van de minderjarige. (voorwaardelijk) beleidssepot – TS 40 uur(Van vervolgen kan worden afgezien indien uit het overleg met ketenpartners blijkt dat vervolging geen bijdrage kan leveren aan de veiligheid van betrokkenen)

Categorie 2: tijdelijke onttrekking/onttrokken houden aan gezag/toezicht First offender
Het onttrekken/onttrokken houden met een langduriger karakter dan de zaken in categorie 1, maar wel van tijdelijke aard. Waarbij ook sprake kan zijn van het schenden van een omgangsregeling. Hierbij kan gedacht worden aan het langer of geheel zonder toestemming van de (gedeelde) wettelijke gezagdrager en/of de wettelijk toezichthouder meenemen of onttrokken houden van de minderjarige voor een vakantie, familiereünie, begrafenis, e.d. TS 40 uur – GS 2 maanden

Categorie 3: langdurig onttrekking/onttrokken houden aan gezag/toezicht in binnenland First offender
Het langdurig (zonder vooraf bepaalde einddatum/eindmoment) onttrekken en onttrokken houden van de minderjarige, waarbij de minderjarige binnen Nederland blijft.Ook vallen onder deze categorie de zaken waarin de onttrekking gericht was op het plegen van seksueel misbruik of uitbuiting. Deze richtlijn ziet bij deze zaken alleen op de strafmaat voor de onttrekking, voor bewijsbaar seksueel misbruik en uitbuiting dienen de daarvoor geldende richtlijnen geraadpleegd te worden en volgt voor het geheel maatwerk. TS 120 uur – GS 24 maanden

Categorie 4: internationale kinderontvoering First offender
Deze zaken zijn per definitie maatwerk. De mate van medewerking van de verdachte aan het terughalen van de minderjarige dient bij de bepaling van de strafmaat meegewogen te worden. Tevens speelt mee het land waar de minderjarige naar toe is genomen en de mate waarin het terughalen van de minderjarige door de regelgeving en samenwerking met dit land voor de achterblijvende partij en de autoriteiten van het thuisland worden bemoeilijkt. GS 6 maanden – GS 4 jaar
Strafmaatbeïnvloedende factorenBij de uiteindelijke bepaling van de straf kan in straf verhogende dan wel straf verlagende zijn onder meer rekening gehouden worden met:- de leeftijd van de minderjarige (beneden de leeftijd van twaalf jaren is sprake van een hoger wettelijkstrafmaximum, zie 279, 2 Sr); 
- list, geweld of bedreiging met geweld ten tijde van het onttrekken (hoger strafmaximum, zie 279, 2 Sr);- de lichamelijke en psychische gevolgen voor de minderjarige en diens gezinsleden;- de leefomstandigheden en/of beschikbare zorg ten tijde van het onttrekken/onttrokken houden;- de persoon die onttrekt: bekende van minderjarige of onbekende derde;- de mate van voorbereiding;- recidive in de zin van het aantal keren dat er sprake was van onttrekking aan het gezag/het toezicht en/ofrecidive in de zin van eerdere veroordelingen;- de feitelijke duur van de onttrekking(en);- de vrijwilligheid van de onttrekking ( tegen de wil van de minderjarige/op verzoek/initiatief van deminderjarige);- het motief van de verdachte (belang minderjarige / eigen belang);- de mate waarin bewust civielrechtelijke maatregelen worden gedwarsboomd;- de duur van het onttrokken houden, alsmede het laten voortbestaan van het onttrokken houden, terwijl deverdachte de mogelijkheid heeft dit te beëindigen.- het onttrekken van meerdere minderjarigen.

Legenda

Afkortingen

TS = Taakstraf

GS = gevangenisstraf

bron :
https://www.om.nl/organisatie/beleidsregels/overzicht-0/index/@102414/richtlijn-2c/

Binnentreden huis/woning/pand

Binnentreden huis/woning/pand
De politie mag niet zomaar een woning binnentreden. Voor het binnentreden van een woning gelden bijzondere regels die zijn neergelegd in de Algemene wet op het binnentreden (Awbi). De politie moet deze regels strikt naleven. Doen zij dat niet, dan kan het zomaar zijn dat de rechter alles wat later in de woning wordt aangetroffen, uitsluit van het bewijs. Dus ook wanneer er een hennepkwekerij wordt aangetroffen, kunt u wegens het door de politie onrechtmatig binnentreden worden vrijgesproken.

Regels bij binnentreden
Op grond van de Awbi dienen de volgende regels in acht te worden genomen bij het binnentreden van een woning:

Verplichting tot legitimeren
Voorafgaand aan het binnentreden dient de opsporingsambtenaar zich te legitimeren (art. 1 lid 1 Awbi). Indien meerdere opsporingsambtenaren de woning betreden, hoeft alleen de leider zich te legitimeren. Legimitatie dient te geschieden middels een legitimatiebewijs met een foto van de houder en met vermelding van diens naam en hoedanigheid (art. 1 lid 3 Awbi).

Er gelden echter enkele uitzonderingen voor de gevallen waarbij het de redelijke verwachting is het zich eerst legitimeren ernstig en onmiddellijk gevaar oplevert voor de veiligheid van personen of goederen, feitelijk onmogelijk is dan wel naar redelijke verwachting de strafvordering schaadt ten aanzien van misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (art. 1 lid 2 Awbi).

Toestemming vragen
De opsporingsambtenaar die een woning wenst binnen te treden dient eerst toestemming te vragen aan de bewoner om binnen te mogen treden (art. 1 lid 4 Awbi). Ons advies is om nooit toestemming hiervoor te geven, nu eenmaal gegeven toestemming tot gevolg heeft dat u later geen beroep meer kunt doen op de onrechtmatige binnentreding van de woning, en daarmee bewijsuitsluiting en vrijspraak op die grond niet meer mogelijk is.

** TIP **
Geef de politie nooit toestemming om uw woning binnen te treden. Vraag altijd aan de politieagent om zich te legitimeren en vraag eerst om een machtiging te zien voordat u de politieagenten binnenlaat. Bel zo nodig direct een advocaat!

Schriftelijke machtiging
Voor het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner is steeds een schriftelijke machtiging vereist. In de praktijk is het meestal de hulpofficier van justitie die de machtiging afgeeft, maar ook een officier van justitie of een advocaat-generaal kan een machtiging afgeven.

De machtiging moet bevatten (artikel 6 Awbi):

Maximaal 4 specifiek met adres aangeduide woningen waar binnengetreden mag worden
de naam en de hoedanigheid van degene die de machtiging heeft gegeven;
de naam of het nummer en de hoedanigheid van degene aan wie de machtiging is gegeven;
de wettelijke bepalingen waarop het binnentreden berust en het doel waartoe wordt binnengetreden;
de dagtekening.
De machtiging blijft hoogstens drie dagen na de dag dat die is afgegeven geldig. De schriftelijke machtiging moet worden getoond aan de bewoner alvorens kan worden binnengetreden.

In twee gevallen is geen machtiging vereist:

indien ter voorkoming of bestrijding van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de veiligheid van personen of goederen terstond in de woning moet worden binnengetreden,of bij wet aan rechters, rechterlijke colleges, leden van het openbaar ministerie, burgemeesters, gerechtsdeurwaarders en belastingdeurwaarders de bevoegdheid is toegekend tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.

Niet toegestaan tussen 0.00u en 6.00u
Het is de politie in beginsel niet toegestaan om een woning te betreden in de nachtelijke uren van 0.00u tot 6.00u (artikel 7 lid 1 Awbi). De enige uitzondering hierop is wanneer dit dringend noodzakelijk is, en ook specifiek in de machtiging is opgenomen dat ook op die tijden de woning kan worden betreden.

Bij afwezigheid van de bewoner
Wanneer niemand in de woning aanwezig is, kan de politie de woning alleen betreden bij dringende noodzakelijkheid, en wanneer dit uitdrukkelijk is toegestaan in de machtiging.

Verslag van binnentreding
De politie dient in beginsel binnen 4 dagen een verslag van binnentreding aan de bewoner te verstrekken. Alleen wanneer het doel waartoe wordt binnengetreden daartoe noodzaakt, kan de uitreiking of de toezending aan de bewoner worden uitgesteld. Uitreiking of toezending geschiedt in dat geval, zodra het belang van dit doel dit toelaat.

bron : https://hennepadvocaat-hennepkwekerij.nl/binnentreden-woning-pand-huis-met-hennepkwekerij/

Links

Deze site gebruikt diverse soorten cookies.Meer informatie
Als je deze site gebruikt, ga je akkoord met het gebruik van cookies.